
Wat gebeurt er tijdens de consecratie in de eucharistieviering met het brood en de wijn? Jezus komt in het brood en de wijn. Ze worden het vlees en het bloed van Jezus.
Wat gebeurt er als je tijdens de communie van het vlees eet en van het bloed drinkt van Jezus? Je ontvangt eeuwig leven (voor je ziel), Jezus zal je doen opstaan op de laatste dag en je blijft in Hem en Hij in u.
De consecratie en de communie zijn heel zinvol, ze zijn de essentie van de eucharistieviering. De woorddienst met lezingen en homilie zijn ook zinvol, maar ondergeschikt aan het wonderbare van de consecratie en de communie. Tijdens die twee bijzondere momenten mag je met Jezus intiem spreken en Hem je diepste zaken toevertrouwen. Hij is daar dan aanwezig.
Wanneer je een kerk bezoekt en stil houdt bij het tabernakel, weet dan dat Jezus in de H.Hosties in het tabernakel aanwezig is. Kom ook daar tot Hem in een intiem contact. Hij wacht daar op ons. Volgens de kerkelijke traditie brandt er een rood kaarsje naast het tabernakel waar de H.Hosties in aanwezig zijn.
Joh6
Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt
heeft eeuwig leven
en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.
Want mijn vlees is echt voedsel
en mijn bloed is echte drank.
Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt,
blijft in Mij en Ik in hem.
Joh6
Jezus sprak tot hen:
“Ik ben het brood des levens:
wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben,
<span style="font-size:11.0pt;line-height:115%;font-family:" calibri","sans-serif";="" mso-hansi-theme-font:minor-latin;times="" new="" roman";="" mso-bidi-language:ar-sa"="">en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen.”
Wij mensen leven dagelijks veel te veel op het niveau van het vlees, onze buik. Overal ter wereld zijn mensen fel gericht op eten en drinken. Handel, diensten en bedrijven worden zelfs stil gelegd op bepaalde tijden van de dag om te eten. Winst en rijkdom kunnen ons op die momenten zelfs gestolen worden, eten is dan nóg belangrijker. Ook in de dierenwereld zoeken dieren voortdurend naar voedsel. Mens en dier zijn zeer sterk gericht op het laagste niveau, de buik.
Jezus sprak de mensen toe over ‘honger en dorst’. Het volk dacht dan natuurlijk meteen aan manna, brood, voedsel. Wij mensen zijn zeer sterk gericht op eten, drinken, geld, genot, aanzien, macht, allemaal zaken die in het Koninkrijk van geen waarde zijn. We kunnen ze niet meenemen na onze dood, ook al hebben we er erg veel aandacht, inspanning en tijd aan besteed tijdens ons leven op aarde. Ze geven maar een tijdelijke bevrediging, kort nadien zoeken we alweer naar kortstondige bevrediging. Onze honger en dorst van laag niveau keren steeds terug, ze zijn onverzadigbaar.
Velen voelen een diep verlangen, een honger naar ‘iets’ dat maar niet bevredigd raakt, hoewel ze verzadigd zijn van eten, drinken, geld, seks, vrienden, fun, comfort, weelde, enz. Ze missen iets vaags dat ze niet kunnen definiëren. Ze zijn zich niet bewust dat hun ziel verlangt naar Jezus en naar God, ze geloven misschien zelfs niet eens in de Drieëne God of spotten er mee.
Jezus sprak niet over eten en drinken als hij sprak over ‘honger en dorst’. Hij sprak op een hoger niveau dan het lage interesseniveau van de mens. Hij sprak op zielsniveau van de mens, over de honger en dorst van de ziel. Jezus zegt: ‘Ik ben het brood des levens, wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben’. Jezus spreekt over de honger van onze ziel die hongert naar Hem.
Jezus bracht ons het Evangelie dat de Wil van God verduidelijkt en Hij bracht ook de instelling van de H.Communie. De ziel van de mens die tot Jezus komt om naar het Evangelie te luisteren en er naar te leven en tot Hem komt om de H.Communie te ontvangen, zal geen zielehonger meer hebben want die mens heeft Jezus gevonden. Sta ook toe dat je ziel kan ‘drinken’ zodat je nooit meer dorst krijgt. ‘Wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen’.
We geven onze buik dagelijks en overvloedig eten en drinken. Maar eten en drinken geven aan onze ziel doen we veel te weinig of helemaal niet. Wat onze ziel nodig heeft is heel eenvoudig: tot Jezus komen en in Hem geloven.
God zegt via Zijn profeet Jesaja dat Hij een intentie met ons heeft:
God roept ons, het is een persoonlijke roeping,
Hij geeft ons een hand, onze hand in Zijn hand die ons leidt en ons met Hem verbindt,
Hij waakt over ons, dag en nacht zijn we veilig onder Zijn hoede,
Hij maakt ons voor de mensen tot een teken van Zijn verbond,
Hij maakt ons tot een licht voor de volken, zodat we licht uitstralen voor hen die in het donker leven.
Wat kunnen we doen voor God om Hem te dienen?
We zullen blinden laten zien, dingen laten inzien, voor hen de waarheid zichtbaar maken,
We zullen gevangene bevrijden uit de kerker waar ze nu niet uit kunnen, maar na hun bevrijding terug als vrije mensen zullen kunnen leven,
We zullen allen die in duisternis zitten uit hun gevangenis bevrijden.
Wie zijn blind en gevangen? Zovelen! Kijk vanuit je christelijk geloof en je roeping naar de mensen om je heen:
blinden zijn diegenen die zich kapot werken om zich mateloos te verrijken, hun ellebogen gebruiken om carrière te maken, de wondermooie natuur van de Schepper bezoedelen en vernietigen, hun lichamen en zielen besmeuren door zonde, spotten met de goddelijke Drie-eenheid Vader-Zoon-H.Geest en met OLV, de schoonheid en waarde van het christelijk geloof niet zien, die dwepen met valse goden zoals sport- en muziekvedetten, die bluffen met dure wagens, dure kledij, chique huisvesting, die dwepen en verbroederen met valse religies, enz…
gevangenen die vast zitten in allerlei zonden en verslavingen: geldzucht, roken, alcohol, drugs, zondige seks, porno, prostitutie, gokken, wedden, dure sporten, dure hobby’s, overspel, new age, waarzeggerij, vrijmetselarij, ongezonde voeding, ongezond leven, enz…
God wil ons inzetten te midden van de anderen die blind en gevangen zijn om hen tot inzicht en bevrijding te helpen komen.
Jes 42
Zo spreekt God de Heer,
Hij, die het uitspansel schiep en het spande,
die de aarde en haar gewassen uitspreidde,
die de mensen daarop adem gaf
en een geest aan allen die er zich bewegen:
“Ik, de Heer, roep u in gerechtigheid,
Ik neem u bij de hand en waak over u
en maak u voor de mensen tot het teken van mijn verbond
en tot een licht voor de volken.
Blinden zult gij de ogen openen,
gevangenen uit hun kerker bevrijden
en uit de gevangenis allen die in duisternis zitten.”
Zonde maakt ziek en Jezus geneest. Zondig na de genezing niet meer want het kan dan nog erger worden dan voordien.
Joh5
Nu was daar een man, die al achtendertig jaar lang gebrekkig was. Jezus zag hem liggen en omdat Hij wist dat hij reeds lang zo lag, zei Hij tot hem: “Wil je gezond worden?” De zieke gaf Hem ten antwoord: “Heer, ik heb niemand om mij in het bad te brengen wanneer het water bewogen wordt, en terwijl ik ga, daalt een ander vóór mij er in af.” Daarop zei Jezus hem: “Sta op, neem je bed op en loop.” Op slag werd de man gezond. Hij nam zijn bed op en liep.
Later trof Jezus hem in de tempel en sprak tot hem: “Zie, je bent nu genezen. Zondig niet meer, opdat je niets ergers overkomt.”
Wie de voorschriften van Wet en Profeten - zonder weglaten van enig detail - onderhoudt en aan anderen leert, zal groot geacht worden in het Rijk der hemelen.
Eerder nog zullen hemel en aarde vergaan, dan dat één detail vergaat uit de Wet. De Wet van God staat vast: de Tien geboden, de geboden van de Profeten in het Oude Testament en de vervolmaking door Jezus van Wet en Profeten in het Nieuwe Testament. Jezus noemt de vervolmaking: de vervulling. Hij heeft Wet en Profeten niet enkel met WOORDEN verduidelijkt, maar ook met DADEN vervuld door Zijn geboorte, leven, dood, verrijzenis en bijstand met de H.Geest.
Mt5
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Denkt niet dat Ik gekomen ben om Wet en Profeten op te heffen; Ik ben niet gekomen om op te heffen, maar om de vervulling te brengen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eerder nog zullen hemel en aarde vergaan, dan dat één jota of haaltje vergaat uit de Wet, voordat alles geschied is.
Wie dus een van die voorschriften, zelfs het geringste, opheft en zo de mensen leert zal de geringste geacht worden in het Rijk der hemelen, maar wie ze onderhoudt en leert, zal groot geacht worden in het Rijk der hemelen.”
God gaf ons wonderbare elementen: het leven, een ziel, een lichaam, verstand en tederheid, heelal en zon, aarde en natuur, eten en drinken, vermogen om noodzakelijke dingen te kunnen gebruiken.
God verwacht een tegenprestatie: geloof en offer. Ons kinderlijk geloof en vertrouwen in Hem fluistert diep in ons: ‘mijn Heer, mijn God en Verlosser, wijs mij de weg, leid mij, leer mij uw paden kennen’. Ons offer is aanhankelijkheid aan Hem, Hem volgen met gans ons hart, Hem zoeken en eerbiedigen, Zijn Wil te doen, zoals het offer van Liefde voor onze broeders en zusters, een overwinning op onszelf, ‘van harte vergiffenis schenken’, ‘vergeef tot zeventig maal zevenmaal’.
Lezingen:
Dan3
Uit de Profeet Daniël.
Moge vandaag ons offer bestaan in volmaakte aanhankelijkheid aan U en moge het U evenzeer behagen als kwamen we met brandoffers van rammen en stieren en met tienduizenden vette lammeren, want geen smaad treft hen die op U vertrouwen. Thans volgen wij U van ganser harte, wij eerbiedigen U en zoeken U. Laat ons toch niet te schande worden, maar handel met ons naar uw goedheid en naar uw grote barmhartigheid.
Ps25
Wijs mij uw wegen, Heer, leer mij uw paden kennen. Leid mij volgens uw woord, want Gij zijt mijn God en Verlosser.
Mt18
In die tijd kwam Petrus naar Jezus toe en sprak: “Heer, als mijn broeder tegen mij misdoet, hoe dikwijls moet ik hem dan vergeven? Tot zevenmaal toe?” Jezus antwoordde hem: “Neen zeg Ik u, niet tot zevenmaal toe maar tot zeventig maal zevenmaal. …
Jij lelijke knecht, heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je mij erom gesmeekt hebt. Had jij dan ook geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik met jou medelijden heb gehad? En in toorn ontstoken leverde zijn heer hem over aan de beulen, totdat hij zijn hele schuld betaald zou hebben. Zo zal ook mijn hemelse Vader met ieder van u handelen, die niet zijn broeder van harte vergiffenis schenkt.
Een speciaal soort eten en drinken leidt tot eeuwig leven.
Het voedsel dat Jezus nuttigde was de Wil te doen van de Vader en Zijn werk volbrengen.
Het water dat Jezus geeft, verzadigt ons waardoor we in eeuwigheid geen dorst meer krijgen. Het wordt zelfs in ons een waterbron die opborrelt tot eeuwig leven.
Stoffelijke bevrediging kan de geestelijke honger en dorst van onze ziel niet stillen. Ook geestelijke nepbevrediging kan ons niet verzadigen. We raken niet verzadigd, de verzadiging is kortstondig en oppervlakkig. We zoeken verlangend steeds verder naar het ware eten en drinken dat ons blijvend kan verzadigen.
Het gaat hier om geestelijke ‘honger’ en ‘dorst’ die verzadigd worden met geestelijk voedsel en water. Het geestelijke voedsel om de geestelijke honger te stillen bestaat uit gehoorzaamheid aan de Wil van God. Het geestelijk water dat Jezus ons geeft om onze geestelijke dorst te lessen is wonderbaar water dat in ons een bron wordt die opborrelt tot eeuwig leven. Wat leidt naar eeuwig leven? Ons geloof in Jezus Christus, de Zoon van God, zal ons leiden naar eeuwig leven. Onze geestelijke dorst wordt gelest door ons geloof dat leidt naar eeuwig leven. We kunnen bidden om meer geloof als ons geloof te klein is.
Om onze geestelijke honger en dorst te verzadigen moeten we dus iets ‘doen’: de Wil doen van de Vader en geloven in Zijn Zoon Jezus.
God verlangt een bepaalde manier van bidden.
God zoekt mensen die Hem op een bepaalde manier aanbidden. Jezus noemt hen ‘de ware aanbidders’. Op welke manier aanbidden die dan? Jezus zegt dat de ware aanbidders ‘de Vader aanbidden in geest en waarheid’. God is geest, geen vlees. God is waarheid, geen leugen. Aanbidden in geest en waarheid is in geestelijke afzondering gaan, in je diepste binnenste, in volkomen oprechtheid tegenover God. Het is een communicatie in volkomen oprechtheid tussen je ziel en de Vader. In die innerlijke afzondering en intiem contact, spreek je tot de Vader en kan Zijn H.Geest tot jou spreken. Gebed tot de Vader gebeurt in geest en waarheid, heel intiem tussen ziel en Schepper, in volkomen waarheid. De Vader zoekt zulke aanbidders.
Dit soort eten, drinken en bidden laat onze ziel groeien naar het eeuwige leven.
Joh4
Jezus zei hun: “Mijn voedsel is het, dat Ik de wil doe van Hem die Mij gezonden heeft en zijn werk volbreng.”
“Ieder die van dit water drinkt, krijgt weer dorst, maar wie van het water drinkt dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel, het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een waterbron worden, opborrelend tot eeuwig leven.”
Het uur komt, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid. De Vader immers zoekt zulke aanbidders. God is geest, en wie Hem aanbidden, moeten Hem in geest en waarheid aanbidden.
Doet het je iets van binnen als iemand je graag ziet? Doet het deugd als men vriendelijk voor je is of als iemand je spontaan eens belt of een leuk berichtje stuurt? Of als men waardeert wat je doet of zegt? Deed de troost die je kreeg op die moeilijke momenten ook zo’n deugd? Je verloor je sleutels of je auto had pech of je vond de weg niet goed of je zat met vragen waar je geen antwoord op vond en toen kwam er iemand die je hielp… De goedheid van anderen kan zo’n deugd doen!
Jezus gaat een stapje verder en zegt: ‘Alles wat je wil dat de mensen voor je doen, doe dat ook voor hen. Dat is Wet en Profeten.’ (Mt6)
‘Dat is Wet en Profeten’ betekent: het is Gods Wil, Gods Wil is Wet, zoals de profeten Gods Wil aan de mensen hebben geopenbaard. God wil dat we ook goed doen aan anderen, dat is Zijn Wil.
Jezus gaat nog wat verder: ‘Voorwaar Ik zeg je, al wat je gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders heb je voor Mij gedaan.’ ‘Al wat je niet voor een van deze geringsten hebt gedaan, heb je ook voor Mij niet gedaan.’ (Mt25)
Goed doen voor familie, vrienden, kennissen, hulpbehoevende onbekenden en ook voor de geringsten.
De Vastentijd is een tijd om na te denken over onze relatie met God. Wat wil God van mij en wat verlang ik van Hem?
De psalmist geeft ons een hint: verheerlijk de Heer – laat ons eendrachtig Zijn naam vereren – tot de Heer gaan en vragen dat hij ons gebed verhoort – op Hem vertrouwen, dan word je gelukkig – in onze nood en ellende op Hem roepen – vroom leven – weigeren als boosdoener (zondaar) te leven – rouwmoedig onze schuld erkennen tegenover God.
De Wil van God klinkt eenvoudig, maar we moeten het wel doén. Jezus leerde ons bidden: ‘Uw wil geschiede Op aarde zoals in de hemel.’ Dan moeten we er voor zorgen dat de Wil van de Vader in ons dagelijks leven effectief ook gebeurt.
In het evangelie van vandaag voegt Mattheus er de volgende woorden van Jezus aan toe: ‘Want als gij aan de mensen hun fouten vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar als gij niet vergeeft aan de mensen, zal ook uw hemelse Vader uw fouten niet vergeven.’
Wat God van ons wil is duidelijk, we moeten het gewoon maar doén.
Ps 34
Verheerlijkt de Heer te zamen met mij en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren. Ik ging tot de Heer en Hij heeft mij verhoord, Hij heeft mij gered uit al wat ik vreesde. Verlaat u op Hem, dan wordt ge gelukkig, want Hij stelt u niet teleur. Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer en redt hen uit hun ellende. Het oog van de Heer is gericht op de vrome, zijn oor naar hun smeken gekeerd. Van boosdoeners keert Hij zijn aangezicht af, zij worden op aarde vergeten. Naar vromen die roepen luistert de Heer en redt hen uit iedere nood. De Heer is nabij voor rouwmoedige harten, hij helpt wie zijn schuld erkent.
Deze genade van God zal over je komen:
je licht zal stralen in de duisternis – je nacht zal als de middag worden – de Heer zal je blijven geleiden, je in dorre streken verzadigen, je gebeente kracht geven – je zal worden als een besproeide tuin, als een bron waaruit het water blijft komen – je zal de oude ruïnes weer opbouwen en de fundamenten van vroeger herstellen – je zal de ‘bressendichter’ genoemd worden, diegene die weer leven brengt in de straten – je zult vreugde vinden in de Heer – de Heer zal je over alle bergen van de aarde voeren en je laten genieten van je erfdeel van Jakob, je (voor)vader.
Wat een belofte! Zou dat wel waar zijn? Gaat de Heer dat allemaal voor mij doen? Ja, ‘waarlijk, door de mond van de Heer is dit woord gesproken’! Moet ik daarvoor betalen of is dat allemaal gratis? Niets is gratis, alles vraagt een tegenprestatie! Er zijn voorwaarden van God.
Dit moet je er voor doen:
verwijder uit je midden de onderdrukking (je mag anderen rondom je niet onderdrukken) – verwijder je dreigende vinger en je kwaadsprekerij – jaag op de heilige berg van de Heer (waar je in contact komt met God) je voordeel niet meer na – onderneem op sabbat (zondag) geen reis meer – noem de sabbat (zondag) je vreugde – eerbiedig deze heilige dag van de Heer – hou deze dag in ere door niet je zaken na te gaan, niet je voordeel te zoeken en geen handel te drijven.
Jes 58
Zo spreekt God de Heer: Wanneer gij uit uw midden de onderdrukking verwijdert en de dreigende vingers en de kwaadsprekerij, wanneer gij uw hart voor de hongerige opent en de mistroostige verzadigt, dan straalt uw licht in de duisternis, dan wordt uw nacht als de middag. Dan zal de Heer u blijven geleiden; Hij zal u in dorre streken verzadigen en aan uw gebeente zal Hij kracht geven. Als een gesproeide tuin zult gij dan worden, als een bron, waarvan het water nooit wegblijft. Dan bouwt gij de oude ruïnes weer op en herstelt gij de fundamenten van vroeger. ‘De bressendichter’ zal men u noemen, ‘degene die weer leven brengt in de straten’. Wanneer gij op de sabbat geen reis meer onderneemt en op mijn heilige berg niet langer uw voordeel najaagt, wanneer gij de sabbat uw vreugde noemt en de heilige dag van de Heer eerbiedigt, wanneer gij die dag in ere houdt door niet uw zaken na te gaan en niet uw voordeel te zoeken en geen handel te drijven, dan zult gij vreugde vinden in de Heer; dan voer Ik u alle bergen van de aarde over en laat Ik u genieten van het erfdeel van Jakob, uw vader. Waarlijk, door de mond van de Heer is dit woord gesproken!
Lc 9
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “De Mensenzoon, moet veel lijden en door de oudsten, hogepriesters en schriftgeleerden verworpen worden, maar na ter dood te zijn gebracht zal Hij op de derde dag verrijzen.”
Maar tot allen sprak Hij: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en door elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, die zal het redden. Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen, als hij zichzelf hierdoor zijn ondergang en dood berokkent?”
Bedenking:
Het is nu Vastentijd, tijd om te vasten, met aan het einde Pasen, tijd van herdenking van de verrijzenis van de Heer. Jezus zei tot zijn leerlingen dat Hij veel moest lijden, zou verworpen en gedood worden, maar daarna zou verrijzen.
Jezus vroeg aan allen die Zijn volgeling wil zijn om ‘zichzelf te verloochenen en elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen’. Volgeling van Jezus zijn impliceert lijden, verworpen worden, misschien zelfs gedood worden omwille van ons Christelijk geloof, onszelf verloochen, elke dag ons kruis opnemen en niet ons leven trachten te redden. Kortom ons leven aan God offeren, daar gaat het over.
Wat is vasten? Vasten is offeren. Offeren kent vele varianten en niveaus, geld offeren in de offerschaal, iemand troosten en helpen, Jezus troosten in stil gebed bij het tabernakel waar Jezus aanwezig is, eten en drinken uit onze mond sparen, ons genot beperken, ons lijden offeren aan God, onszelf verloochenen, elke dag gewillig ons kruis dragen. Elke dag gewillig ons kruis dragen is het grootste offer, het hoogste niveau, we offeren ons ganse leven aan God.
Na Zijn ultieme offer is Jezus op de derde dag verrezen. Dat was de beloning, de rechtvaardiging van het onschuldige Lam, de Liefde en verheffing die God aan Zijn Zoon Jezus gaf. ‘Wie zijn leven verliest om Mijnentwil, die zal het redden’, die zal na het vergankelijke leven op aarde eveneens verrijzen.
2Sam24
Toen zeide de koning tot Joab en de bevelhebbers van zijn leger: Ge moet onder alle stammen van Israël rondgaan, van Dan af tot Beër-Sjéba, en een volkstelling houden. Ik wil weten, hoe talrijk het volk is. Joab gaf de uitslag van de volkstelling aan den koning op: Israël telde achthonderdduizend weerbare mannen, die het zwaard konden hanteren; het aantal Judeërs bedroeg vijfhonderdduizend man. Maar toen David de volkstelling had laten houden, begon hem het geweten te knagen; en hij zeide tot Jahweh: Ik heb zwaar gezondigd met wat ik gedaan heb! Ach Jahweh, vergeef de zonde van uw dienaar; want ik ben dwaas geweest.
Nu werd het volgende woord van Jahweh gericht tot den profeet Gad, den ziener van David: Ga aan David zeggen: Zo spreekt Jahweh! Drie dingen stel Ik u voor, waar ge uw keus uit kunt doen; daarmee zal Ik u treffen! Toen David dan de volgende morgen opstond, begaf Gad zich naar David, bracht hem het woord van Jahweh over, en sprak tot hem: Wilt ge drie jaar lang hongersnood in uw land laten heersen; of wilt ge drie maanden lang vluchten voor uw vijanden, die u op de hielen zitten; of wilt ge drie dagen lang de pest in uw land laten woeden? Bedenk u, en overleg, wat ik moet antwoorden aan Hem, die mij zendt. Toen zeide David tot Gad: Ik weet geen raad; maar ik wil toch liever vallen in de hand van Jahweh, wiens barmhartigheid groot is, dan in de hand van mensen! Zo koos David de pest.
Daarom liet Jahweh van die morgen af tot aan de vastgestelde tijd de pest los op Israël, waardoor van Dan tot Beër-Sjéba zeventigduizend mensen stierven. Ook naar Jerusalem zond Jahweh den engel, om er verderf te stichten. Toen kreeg Jahweh spijt over het onheil, en Hij sprak tot den engel, die onder het volk verderf stichtte: Genoeg nu, trek uw hand terug! De engel van Jahweh bevond zich toen nabij de dorsvloer van Arawna, den Jeboesiet. En bij het zien van den engel die het volk sloeg, sprak David tot Jahweh: Ach Heer, ik heb gezondigd, ik deed verkeerd; maar wat hebben deze schapen voor schuld? Keer liever uw hand tegen mij en tegen het huis van mijn vader!
Bedenking:
Koning David liet een volkstelling houden in Israël en Juda om te weten te komen hoeveel weerbare mannen hij had die het zwaard konden hanteren. David was diep gelovig, hij vertrouwde op God die in alles voorzag en wederzijds hield God ook veel van David. Door deze beslissing liet David zijn volkomen vertrouwen op God zakken en wou hij gaan berekenen hoe omvangrijk zijn eigen macht tegenover zijn vijanden was. Na de telling kwam David tot inzicht en berouw dat hij van zin was op eigen macht te vertrouwen en niet op de genade van God.
God stuurde een boodschap van bestraffing aan David via diens profeet en liet David zijn straf kiezen. David wou geen straf waardoor hij ten prooi in mensenhanden zou vallen, hij verkoos daarom de rechtstreekse straf van God. Gedurende drie dagen liet God de pest los op Israël, 70.000 mensen kwamen om. Ook naar Jeruzalem stuurde God een engel om er verderf te stichten. Deze zin is heel markant: ‘God stuurt een engel om verderf te stichten’. Wij hoorden jaren lang dat God Liefde is, maar hier staat letterlijk dat God een engel stuurt om verderf te stichten! Is God dan geen Liefde meer?
God kan straffen sturen over de mensheid en bestraffing laten uitvoeren door engelen. God is Liefde én Gerechtigheid. Over rechtvaardige bestraffing van de mens hoor je zelden of nooit iets verkondigen in de kerk. Maar God straft zeker! Vooral Zijn geliefden kinderen die tegen Hem zondigen, worden door God rechtvaardig bestraft en gezuiverd. Zeker David is één van Zijn geliefde dienaren. Uit het huis van David stamt Jezus af! Wanneer de engel naar Jeruzalem trekt om ook daar verderf te stichten roept God: ‘Genoeg nu, trek uw hand terug!’. God gaat niet tot het uiterste in de bestraffing, daar neemt Zijn Barmhartigheid dan weer de overhand. Israël was voldoende bestraft en gezuiverd voor de misstap van David.
We onthouden dat God Liefde én Rechtvaardigheid is. Liefde en barmhartig om te vergeven, maar ook rechtvaardigheid om te bestraffen wat zondig is. We weten nu ook dat God Zich bedient van engelen die de Wil van God ten uitvoer brengen en dat de ingrepen van de engelen omvangrijke (verschrikkelijke) gevolgen kunnen hebben.
Mt5
Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen.
Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden.
Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.
Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien.
Zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid, want hun behoort het Rijk der hemelen.
Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil: Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel.
Bedenking:
Wie zijn zalig in de ogen van de Heer en wat betekenen die zaligheden?
· armen van geest: wie nederig is, bescheiden, bewust van eigen beperktheid en zondigheid, zegen als genade van God ziet (niet als eigen verdienste), nederig gelooft dat God onze Almachtig Schepper is
· treurenden: wie droevig is, rouwend, ellendig, beklagenswaardig
· zachtmoedigen: wie vriendelijk is, rustig, geduldig, (niet opvliegend, woedend, haatdragend, rancuneus)
· die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid: wie verlangt te leven naar de Wil/Wet van God, verlangt dat het goede van God wordt erkent en het kwade van de Boze wordt afgekeurd/bestraft, (zich niet laat leiden door zogenaamde ‘rechten’ van de mens)
· barmhartigen: wie mild is, vergevingsgezind, begrijpend en niet oordelend, oprecht medelevend met het lijden van anderen, bereid om te troosten en te helpen aan wie het nodig heeft zonder er iets voor terug te verwachten
· zuiveren van hart: wie eerlijk is, goed, rechtvaardig, gericht op God, gereinigd/bevrijd door God en geleid door God, trouw aan God, een grote afkeer heeft van allerlei bezoedeling en zonde
· die vrede brengen: wie onrecht, ruzie en geweld beëindigt en wie rust, veiligheid en tevredenheid brengt, (er is geen grote liefde vereist tussen de partijen, een gevoel van herstel van gerechtigheid en elkaar met rust laten volstaat). Zie verder verduidelijking bij ‘vrede’
· die vervolgd worden om de gerechtigheid: wie gepest/gelasterd/aangeklaagd/gestraft wordt om de gerechtigheid
· die beschimpt, vervolgd en lasterlijk van allerlei kwaad beticht worden om Mijnentwil: wie verstoord wordt, opgejaagd, geminacht, bespot, gekweld, beledigd, beticht, beschuldigd, gedagvaard, berecht, onrecht aangedaan omwille van het geloof in Jezus Christus als Verlosser, Koning van de mensheid en Drieëne God.
Enige verduidelijking bij de zaligheid van ‘vrede’:
‘Vrede laat Ik u, Mijn Vrede geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik die u. Laat uw hart niet in beroering (verontrust, onrustig, rusteloos) raken en niet bevreesd worden.’ (Joh14). Die Vrede (met grote ‘V’ zoals de Liefde met grote ‘L’) van Jezus gaat over een ander soort vrede dan de wereldse vrede die slechts een einde stelt aan haat, ruzie, geweld, terreur en oorlog. Die Vrede van de Heer is een diepe innerlijke gesteldheid die gevoed wordt door een diep Vertrouwen en Geloof in God (alweer met hoofdletters), een Vertrouwen en Geloof dat bergen verzet, zieken geneest en duivels uitdrijft. Je kan die Vrede van Jezus kwijt raken door je hart te laten verontrusten en door bang te worden. Doe dat niet! Blijf in Zijn Vrede door een rotsvast Vertrouwen en Geloof in God.
Het brengen van wereldse vrede kan overtroffen worden door het brengen van de Vrede van Jezus. Ja ware Vredebrengers zijn door hun diep Vertrouwen en Geloof als gist/desem in het deeg en kunnen een groep mensen laten openbloeien in hemelse Vrede onder elkaar. Zo een Vrede heerst er in het Rijk der Hemelen en zal ook in het nieuwe Paradijs op aarde heersen, nadat hemel en aarde zullen samensmelten, het beloofde Koninkrijk waar Jezus zal regeren voor 1.000 jaar en waar Vrede, Liefde en Gerechtigheid zullen heersen, waar de kinderen van God zullen samen leven volgens Gods Wil.
Mc2
Men kwam een lamme bij Hem brengen,
die door vier mannen gedragen werd.
Omdat zij wegens de menigte geen mogelijkheid zagen
hem dicht bij Jezus te brengen,
legden ze het dak bloot boven de plaats waar Jezus zich bevond,
maakten er een opening in
en lieten het bed waarop de lamme uitgestrekt lag zakken.
Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de lamme:
“Mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven.”
Bedenking: Zonde maakt ziek. De eerste woorden die Jezus sprak tot de zieke, de lamme, waren: “Mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven.” Vergeving door Jezus maakt de weg vrij om te genezen.
Er zaten enkele schriftgeleerden bij.
Ze zeiden bij zichzelf:
“Wat zegt die man daar?
Hij spreekt godslasterlijk!
Wie anders kan er zonden vergeven dan God alleen?”
Uit zichzelf wist Jezus aanstonds dat zij zo redeneerden
en Hij zei hun:
“Wat redeneert gij toch bij uzelf?
Wat is gemakkelijker, tot de lamme te zeggen:
Uw zonden zijn u vergeven,
of:
Sta op, neem uw bed en loop?
Welnu, opdat ge zult weten
dat de Mensenzoon macht heeft op aarde zonden te vergeven
– sprak Hij tot de lamme –
Ik zeg u,
sta op, neem uw bed mee en ga naar huis.”
De man stond op, nam zijn bed
en voor aller ogen ging hij onmiddellijk naar buiten.
Iedereen stond er versteld van,
en ze verheerlijkten God en zeiden:
“Zoiets hebben wij nog nooit gezien.”
Bedenking: Als bewijs dat Jezus op aarde de macht heeft om zonden te vergeven zei hij tot de lamme op te staan en naar huis te gaan. De lamme stond op en ging naar buiten. De omstaanders stonden versteld en verheerlijkten God. Het bewijs was geleverd dat Jezus de macht heeft onze zonden te vergeven waardoor we kunnen genezen.
Mt2
Toen Jezus te Betlehem in Juda geboren was,
ten tijde van koning Herodes,
kwamen er te Jeruzalem Wijzen uit het oosten en vroegen:
“Waar is de pasgeboren koning der Joden?
Want wij hebben zijn ster in het oosten gezien
en zijn gekomen om Hem onze hulde te brengen.”
Toen koning Herodes dit hoorde werd hij verontrust en heel Jeruzalem met hem.
Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk bijeen
en legde hun de vraag voor
waar de Christus moest geboren worden.
Zij antwoordden hem:
“Te Betlehem in Juda.
Zo immers staat er geschreven bij de profeet:
En gij Betlehem, landstreek van Juda,
gij zijt volstrekt niet de geringste onder de leiders van Juda,
want uit u zal een leidsman te voorschijn treden,
die herder zal zijn over mijn volk Israël.”
Toen ontbood Herodes in het geheim de Wijzen
en hij vroeg hun nauwkeurig naar de tijd
waarop de ster verschenen was.
Daarop zond hij hen naar Betlehem met de opdracht:
“Gaat een zorgvuldig onderzoek instellen naar het Kind,
en wanneer gij het gevonden hebt, bericht het mij dan,
opdat ook ik het hulde kan gaan brengen.”
Na de koning aanhoord te hebben vertrokken zij.
En zie, de ster die zij in het oosten gezien hadden, ging voor hen uit
totdat ze boven de plaats waar het Kind zich bevond
stil bleef staan.
Op het zien van de ster werden zij vervuld van overgrote vreugde.
Zij gingen het huis binnen,
zagen er het Kind met zijn moeder Maria
en op hun knieën neervallend betuigden zij het hun hulde.
Zij haalden hun schatten te voorschijn
en boden het geschenken aan:
goud, wierook en mirre.
En in een droom van Godswege gewaarschuwd
niet meer naar Herodes terug te keren,
vertrokken zij langs een andere weg naar hun land.
Bedenking:
Vanuit de hemel werd de mens op de hoogte gebracht dat een koning zou geboren worden: de drie koningen uit het oosten zagen Zijn ster en noemden Hem de pasgeboren koning der Joden, de profeet voorspelde dat vanuit Bethlehem een leidsman te voorschijn zou treden die herder zal zijn over het volk Israël, Maria had eerder al een boodschap van een engel gekregen dat ze zwanger zou worden van Jezus en Jozef had eveneens een boodschap van een engel ontvangen over het kind Jezus dat zou komen. De herders in Bethlehem hadden eveneens een boodschap van een engel gekregen dat Jezus Christus was geboren. De drie koningen volgden de ster die zij in het oosten gezien hadden tot de ster bleef stil staan boven de plaats waar het Kind zich bevond.
Jezus was een heel bijzonder kindje waarop vanuit de hemel verschillende richtingwijzers werden gefocust! Dat is Hij, Jezus Christus is Koning van de hele mensheid! Breng hem uw hulde en uw schatten, uw geloof, uw hoop en uw liefde.
De profeet voorspelde dat Jezus leidsman en Herder zou zijn voor het volk Israël. Jezus is ook voor ons, Christenen, leidsman en Herder. Hij hoedt Zijn kudde. Je mag Jezus aanspreken als 'Herder'. Hij is een nederige Koning, Hij is onze Herder, een goddelijke Herder.

1Joh2
Verliest uw hart niet aan de wereld of aan de dingen in de wereld!
Als iemand de wereld liefheeft is de liefde van de Vader niet in hem.
Want al wat in de wereld is – het begeren van de lust en het begeren der ogen en de hovaardij van het geld – het komt niet van de Vader, maar van de wereld.
En die wereld gaat voorbij met heel haar begeerlijkheid, maar wie de wil doet van God blijft in eeuwigheid.
Bedenking:
We leven in de wereld, maar mogen ons hart niet aan de wereldse dingen verliezen. Lust, drift, begeerte, hoogmoed, dat zijn allemaal producten van de wereld maar niet van de Vader. Aan het einde van ons leven vallen we in een leegte als we ons hart gaven aan de dingen van de wereld. Wie echter in de wereld de Wil doet van de Vader blijft in eeuwigheid.
Kijk naar de prent en zie hoe de twee jongemannen met hun voeten op de duivel staan. Niet de duivel heeft hén in de greep, maar zij staan letterlijk boven de duivel in de genade van God.
Lc.1
Toen Elisabeth zes maanden zwanger was, werd de engel Gabriël van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazaret, tot een maagd, die verloofd was met een man, die Jozef heette, uit het huis van David; de naam van de maagd was Maria.
Hij trad bij haar binnen en sprak:
“Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u.”
Zij schrok van dat woord en vroeg zich af wat die groet toch wel kon betekenen.
Maar de engel zei tot haar:
“Vrees niet Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen en gij moet Hem de naam Jezus geven.
Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.”
Maria echter sprak tot de engel:
“Hoe zal dit geschieden, daar ik geen man beken?”
Hierop gaf de engel haar ten antwoord:
“De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God. Weet dat zelfs Elisabeth, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand; want voor God is niets onmogelijk.”
Nu zei Maria:
“Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.”
En de engel ging van haar heen.
Bedenking:
'Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen en gij moet Hem de naam Jezus geven. Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.'
Deze woorden zijn de fundamenten van ons Christelijk geloof.
Het gaat over Maria, haar Zoon Jezus, Jezus de Zoon van de Allerhoogste, de troon van David die aan Jezus zal gegeven worden, Jezus die in eeuwigheid koning zal zijn over het huis van Jacob. De verbintenis tussen Maria, de Zoon en eeuwige koning Jezus, God de Allerhoogste en de ganse geschiedenis vanaf het begin (Abraham, Isaak, Jacob) tot in eeuwigheid zitten hierin vervat.

Lc.11
In die tijd, terwijl Jezus aan het spreken was,
verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep Hem toe:
“Gelukkig de schoot die U gedragen heeft
en de borsten die U hebben gevoed.”
Maar Hij sprak:
“Veeleer gelukkig
die naar het Woord van God luisteren en het onderhouden.”
Bedenking:
Kern van dit stukje Evangelie: naar het Woord van God luisteren - het Woord in je hart opnemen - het Woord van God onderhouden in je leven. Gelukkig ben je als je dit doet.
Hab.1
Uit de Profeet Habakuk.
Bezwijken zal hij,
die in zijn hart niet deugt;
de rechtvaardige echter blijft leven door zijn trouw.
Bedenking:
Wat is een 'rechtvaardige'? Dat is iemand die leeft overeenkomstig de Wet -de Wil- van God en dit vanuit het hart doet.
Lc.17
Wie van u zal tot de knecht,
die hij in dienst heeft als ploeger of veehoeder
bij diens thuiskomst van het land zeggen:
Kom meteen aan tafel en tast toe?
Zal hij niet eerder zeggen:
Maak mijn maaltijd klaar;
omgord je en bedien mij, terwijl ik eet en drink;
daarna kun je zelf eten en drinken?
Moet hij die knecht soms dankbaar zijn,
omdat hij heeft uitgevoerd wat hem is opgedragen?
Zo is het ook met u:
wanneer ge alles hebt gedaan wat u opgedragen werd,
zegt dan: Wij zijn maar gewone knechten;
wij hebben alleen maar onze plicht gedaan.
Bedenking:
Wanneer we na dit leven op aarde bij God komen, zal God niet zeggen: 'kom meteen aan tafel en tast toe'. Ook na dit leven blijven we God dienen. Hij is ons geen dankbaarheid verschuldigd om onze dienstbaarheid aan Hem omdat we enkel maar uitvoeren wat ons als knechten werd opgedragen, we doen alleen maar onze plicht als dienaar.
Deut.34
In die dagen ging Mozes uit de vlakte de berg Nebo op,
naar de top van de Pisga, recht tegenover Jericho.
En de Heer liet hem het hele land zien
Gilead tot aan Dan toe,
heel Naftali, het gebied van Efraïm en Manasse,
het gebied van Juda tot aan de Zee in het westen,
de Negeb, de Jordaanstreek, de vlakte van Jericho,
de palmenstad, tot Soar toe.
Toen zei de Heer tot hem:
“Dat is nu het land, waarvan Ik aan Abraham,
Isaäk en Jakob onder ede beloofd heb:
Aan uw nakomelingen zal Ik het geven.''
Bedenking:
God gaf aan het Joodse volk, in de Bijbel 'Israël of Israëlieten' genoemd, het land 'Israël' zoals Hij hen beloofd had. De Joden werden gehaat en vervolgd, hun tempel op de Tempelberg werd verwoest, ze werden in ballingschap weggevoerd, ze werden verjaagd en uiteengeslagen, ze werden massaal vermoord, gepest en vervolgd, maar het Woord en de Belofte van God blijft stand houden. Niets of niemand kan daar tegen op. De Joden die uiteengeslagen en verspreid werden over gans de aarde hebben het recht om terug te keren naar hun land Israël. De afvallige Joden die zich vrijwillig bekeerden of onder dwang moesten bekeren tot andere religies zijn geen Joden meer, zij horen niet thuis in Israël. Men is Jood door de bloedlijn én door het Joodse geloof. Andere religies dan de Joden horen niet thuis in Israël. Globalisme, volkerenmix, religiemix is een nep-ideologie die de mens bedacht heeft, maar komt niet van God. God gaf Israël aan Zijn geliefde volk, de Joden. Wij moeten Gods Wil aanvaarden en erkennen dat het ganse grondgebied zoals door God gedefinieerd werd, exclusief toebehoort aan de Joden.
Deut.31
Uit het Boek Deuteronomium.
Aan het slot van zijn woorden tot Israël,
zei Mozes tot hen:
“Ik ben nu honderdtwintig jaar
en nauwelijks meer tot iets in staat.
Bovendien heeft de Heer mij gezegd:
Gij komt de Jordaan niet over.
Maar de Heer uw God zal bij de overtocht voor u uitgaan;
Hij zal die volken voor u vernietigen,
zodat gij hun land in bezit kunt nemen.
Jozua zal bij de overtocht voor u uitgaan,
zoals de Heer gezegd heeft.
De Heer zal hen vernietigen, zoals Hij Sichon en Og,
de koningen van de Amorieten, en hun land heeft vernietigd.
En als de Heer hen aan u overlevert, moet gij met hen
precies zo handelen als ik u heb voorgeschreven.
Wees sterk en moedig, wees niet bang
en heb geen schrik voor hen,
want de Heer uw God trekt zelf met u mee:
Hij geeft u niet prijs, Hij laat u niet in de steek.”
Toen riep Mozes Jozua en in tegenwoordigheid van heel Israël
zei hij tot hem: “Wees sterk en vol moed!
Gij zult dit volk in het land brengen,
dat de Heer aan hun vaderen onder ede beloofd heeft;
ge zult hun dat land in bezit geven.
De Heer gaat voor u uit, Hij zal met u zijn:
Hij geeft u niet prijs en laat u niet in de steek.
Wees dus niet bang of bevreesd.”
Deut.32
Toen God aan de volken de landstreken toewees,
de zonen van Adam hun woonplaatsen gaf;
toen heeft Hij de grenzen der naties bepaald,
toen kregen Gods zonen ieder hun erfdeel.
Maar Israël werd toen het deel van de Heer,
zijn erfgoed de stammen van Jakob.
De Heer heeft het altijd alleen geleid,
geen vreemde god duldde Hij naast zich.
Bedenking:
God had aan Mozes gezegd dat Hij voor het Joodse volk zou uitgaan en de volken vernietigen zodat zij hun land in bezit konden nemen, zoals God de Amorieten heeft vernietigd. Mozes moest de Joden in het land brengen dat Hij onder ede aan hun vaderen beloofd had.
God wees de volkeren hun woonplaats aan en bepaalde de grenzen der naties. Hij deed dit voor alle volkeren.
God duldt geen andere afgoden naast zich. De afgoden van globalisme en volkerenmix die momenteel de EU in hun greep houden zijn valse goden. Dat is in strijdt met wat de Ene ware God wil.
Lc.10
In die tijd trad een wetgeleerde naar voren
om Jezus op de proef te stellen.
Hij zeide:
“Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?”
Jezus sprak tot hem:
“Wat staat er geschreven in de wet?
Wat leest ge daar?”
Hij gaf ten antwoord:
“Gij zult de Heer, uw God, beminnen
met geheel uw hart en met geheel uw ziel,
met al uw krachten en geheel uw verstand;
en uw naaste gelijk uzelf.”
Jezus zei:
“Uw antwoord is juist, doe dat en ge zult leven.”
Maar omdat hij zijn vraag wilde verantwoorden,
sprak hij tot Jezus:
“En wie is mijn naaste?”
Nu nam Jezus weer het woord en zei:
“Eens viel iemand, die op weg was van Jeruzalem naar Jericho,
in handen van rovers.
Ze plunderden en mishandelden hem
en toen ze aftrokken, lieten ze hem half dood liggen.
Bij toeval kwam er juist een priester langs die weg;
hij zag hem wel, maar liep in een boog om hem heen.
Zo deed ook een leviet: hij kwam daar langs, zag hem,
maar liep in een boog om hem heen.
Toen kwam een Samaritaan, die op reis was, bij hem;
hij zag hem en kreeg medelijden;
hij trad op hem toe, goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze;
daarna tilde hij hem op zijn eigen rijdier,
bracht hem naar een herberg en zorgde voor hem.
De volgende morgen haalde hij twee denariën te voorschijn,
gaf ze aan de waard en zei: Zorg voor hem en wat ge meer mocht besteden,
zal ik u bij mijn terugkomst vergoeden. Wie van deze drie lijkt u de naaste te zijn
van de man die in handen van de rovers gevallen is?”
Hij antwoordde: “Die hem barmhartigheid betoond heeft.”
En Jezus sprak: “Ga dan en doet gij evenzo.”
Bedenking:
Waarom is het nuttig te weten wie je naaste is en zelf een naaste te zijn voor wie je hulp nodig heeft?
Het antwoord kadert in een ruimer kader, het is één van de twee voorwaarden om het eeuwig leven te verwerven.
In Lc.10 lezen we:
“Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?”
Jezus sprak tot hem:
“Wat staat er geschreven in de wet?
Wat leest ge daar?”
Hij gaf ten antwoord:
“Gij zult de Heer, uw God, beminnen
met geheel uw hart en met geheel uw ziel,
met al uw krachten en geheel uw verstand;
en uw naaste gelijk uzelf.”
Jezus zei:
“Uw antwoord is juist, doe dat en ge zult leven.”
Het eerste gebod is: 'gij zult de Heer, uw God, beminnen met geheel uw hart en met geheel uw ziel, met al uw krachten en geheel uw verstand'.
Dat is de eerste voorwaarde om het eeuwig leven te verwerven.
Het tweede gebod en de tweede voorwaarde voor het eeuwig leven is: 'bemin je naaste gelijk jezelf.'
Wie is dan mijn naaste?
Jezus gebruikt de parabel om te antwoorden op die vraag.
De Samaritaan kreeg medelijden en hielp iemand die
geplunderd en mishandeld was en halfdood werd achter gelaten. De man was eenzaam, zonder mensen rondom hem die hem zouden kunnen helpen. Hij was verlaten omdat diegenen die konden helpen in een boog om hem heen liepen. Het ging dus om iemand die in nood, eenzaam en verlaten was.
Wie is je naaste: dat is diegene die je komt helpen in je nood als je hulpeloos bent en iedereen in een boog om je heen loopt.
Bemin je naaste gelijk jezelf, dwz bemin de weldoener die je helpt.
Jezus zegt 'doet gij evenzo', dwz wees zelf óók een naaste voor diegene die je hulp nodig heeft.
Beide voorwaarden vervullen:
Je weldoener beminnen als jezelf en zelf een weldoener zijn voor wie je hulp nodig heeft is slechts één van de voorwaarden om het eeuwig leven te verwerven. De atheïstische humanisten doen dat ook, zij kunnen deze voorwaarde perfect vervullen zonder enig geloof of liefde voor God te hebben.
Maar BEIDE voorwaarden moeten vervuld worden om het eeuwig leven te verwerven. Zonder het eerste gebod te vervullen, dwz de algehele liefde voor God, zullen we niet in staat zijn het eeuwig leven te verwerven. Laat dat duidelijk zijn.
Kom, o Geest des Heren, kom
uit het hemels heiligdom,
waar Gij staat voor Gods gezicht.
Kom der armen troost, daal neer,
kom en schenk uw gaven, Heer,
kom wees in de harten licht.
Kom o trooster, Heil’ge Geest,
zachtheid die de ziel geneest,
kom verkwikking zoet en mild.
Kom o vrede in de strijd,
lafenis voor ’t hart dat lijdt,
rust die alle onrust stilt.
Licht dat vol van zegen is,
schijn in onze duisternis,
neem de harten voor U in.
Zonder uw geheime gloed
is er in de mens geen goed,
is de ziel niet rein van zin.
Was wat vuil is en onrein,
overstroom ons dor domein,
heel de ziel die is gewond,
maak weer zacht wat is verstard,
koester het verkilde hart,
leid wie zelf de weg niet vond.
Geef uw gaven zevenvoud
ieder die op U vertrouwt,
zich geheel op U verlaat.
Sta ons met uw liefde bij,
dat ons einde zalig zij,
geef ons vreugd die niet vergaat.
Bedenking: mooi gebed in deze Pinksterdagen.
Joh.17
In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en bad:
“Heilige Vader, niet alleen voor hen bid Ik,
maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven,
opdat zij allen één mogen zijn
zoals Gij, Vader in Mij en Ik in U;
dat zij ook in Ons mogen zijn opdat de wereld gelove
dat Gij Mij gezonden hebt.
Ik heb hun de heerlijkheid gegeven
die Gij Mij geschonken hebt,
opdat zij één zijn zoals Wij één zijn:
Ik in hen en Gij in Mij, opdat zij volmaakt één zijn
en opdat de wereld zal erkennen, dat Gij Mij hebt gezonden
en hen hebt liefgehad zoals Gij Mij hebt liefgehad.
Vader, Ik wil dat zij die Gij Mij gegeven hebt
met Mij mogen zijn waar Ik ben,
opdat zij mijn heerlijkheid mogen aanschouwen,
die Gij Mij gegeven hebt
daar Gij Mij lief hebt gehad
vóór de grondvesting van de wereld.
Rechtvaardige Vader, al heeft de wereld U niet erkend,
Ik heb U erkend,
en dezen hier hebben erkend dat Gij Mij gezonden hebt.
Uw naam heb Ik hun geopenbaard
en Ik zal dit blijven doen,
opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad
in hen moge zijn en Ik in hen.”
Bedenking:
Vandaag in het Evangelie lezen we de wens van Jezus om één te zijn met onze broeders en zusters van Zijn katholieke kerk, dat is Zijn Lichaam. Zodanig één zijn met elkaar als Jezus één is met de Vader. Dat is enkel mogelijk met de broeders en zusters die trouw blijven aan Zijn ware Kerk met traditionele waarden. Onze broeders en zusters die 'de nieuwe wind in de kerk', het afvallige geloof met linkse globalistische en inclusieve waarden volgen, werden ketters, afvalligen. We kunnen met hen niet langer een eenheid vormen. Het komt ons niet toe om anderen te oordelen, maar we mogen ons wel distantiëren van hun foute ideeën en het stof van onze schoenen afschudden.
Toenadering tussen links en rechts is onmogelijk zolang de linksen zich blijven vergrijpen aan hun linkse ‘normen en waarden’ zoals massamigratie, migrantenliefde, moslimliefde, pedoliefde voor de moslims (die kindjes neuken vanaf negen jaar), tolerantie en inclusie van al wat slecht, gevaarlijk en zondig is, globalisme, homohuwelijk in de kerk, nationalisme-haat, Jodenhaat, Ruslandhaat, Trumphaat, objectiviteitshaat. Het grootste probleem in de EU is de massamigratie. Gans de EU davert op zijn grondvesten door de open grenzen van de voorbije zestig jaar, het uitdelen van onze nationaliteit aan vreemdelingen, het toestaan aan vreemdelingen om vastgoed te kopen in onze landen, het gebrek en onwil aan remigratie. In alle EU landen klagen de rechtse burgers over de massamigratie en de moslimproblematiek. De linkse politici samen met de linkse kerk, de linkse media, de linkse organisaties en NGO's en het linkse onderwijs willen per sé hun linkse agenda doordrukken. De linkse migrantenlovers en vooral de moslimlovers verklaren zich akkoord met de massamigratie, waardoor eensgezindheid tussen links en rechts onmogelijk is geworden. Links zwaait de plak en eist bovendien dat rechts zwijgt en meedoet, maar zo werkt democratie niet. Elk heeft recht om zijn mening te uiten, op objectiviteit in media, onderwijs en kerk en ook recht op een beleid dat uitvoert wat de bevolking wenst. Uiteraard past uitsluiting van een rechtse mening en rechtse partij(en) niet binnen de democratie, maar links vindt eenzijdig dat het wel mag en zelfs moet. Dat is totaal onaanvaardbaar natuurlijk. De twee werelden van links en rechts drijven in sneltempo steeds verder uit elkaar en de verscheurdheid, het schisma, wordt steeds groter.
Wijsh.2
Uit het Boek der Wijsheid.
In valse waan zeggen de goddelozen tot elkaar:
“Laten wij de rechtvaardige belagen, want hij is van geen nut,
hij gaat in tegen onze werken,
hij verwijt ons zonden tegen de wet,
hij beschuldigt ons van overtredingen tegen onze opvoeding.
Hij wendt voor kennis van God te bezitten
en hij noemt zich een kind van de Heer;
hij is ons tot een verwijt tegen onze opvattingen geworden,
alleen al hem te zien is ons een last,
want zijn levensstijl is anders dan van anderen
en zijn gedrag is ongewoon,
als valse munt beschouwt hij ons,
hij mijdt onze wegen alsof ze onrein waren,
hij noemt het einde der rechtvaardigen zalig,
hij beroemt er zich op dat God zijn vader is.
Laten wij zien of zijn woorden waar zijn,
en nemen wij als proef wat bij zijn heengaan gebeurt.
Want als de rechtvaardige Gods zoon is,
zal Hij hem te hulp komen
en hem redden uit de hand van zijn tegenstanders.
Laten wij met brutaliteit en kwelling hem aanpakken,
om te zien of hij werkelijk zachtmoedig is
en om zijn geduld te toetsen.
Laten wij hem tot een schandelijke dood veroordelen,
hij zal immers, naar zijn zeggen, toch beschermd worden.”
Zo redeneerden ze, maar daarmee waren ze op een dwaalspoor,
want hun slechtheid verblindde hen.
Zij verstonden Gods geheimen niet,
zij hoopten niet op loon voor een heilig leven,
noch geloofden zij in een ereprijs voor smetteloze zielen.
Bedenking:
Het gaat hier over twee partijen, de rechtvaardigen en de goddelozen.
De goddelozen haten de rechtvaardige. Ze zeggen tot elkaar in een valse waan ‘laten wij de rechtvaardige belagen’. Ze noemen verschillende redenen om hun handelen tegenover de rechtvaardige te rechtvaardigen. Ze willen de rechtvaardige met brutaliteit en kwelling aanpakken, om te zien of hij werkelijk zachtmoedig is en om zijn geduld te toetsen. Ze willen hem tot een schandelijke dood veroordelen, hij zal immers, naar zijn zeggen, toch beschermd worden. Zo redeneren ze, ze zitten op een dwaalspoor want hun slechtheid verblindt hen.
De rechtvaardige is in de eerste plaats de Zoon van God, Jezus Christus, onze Herder. Wij zijn Zijn schapen die Hem volgen en op Hem vertrouwen. Daarom zien de goddelozen ons ook als rechtvaardigen die hen ergeren en die ze willen belagen. De rechtvaardigen en de goddelozen zullen nooit met elkaar een match vinden, ze zijn als twee verschillende polen voor elkaar.
‘Heilig leven zal beloond worden en smetteloze zielen zullen zelfs een ereprijs krijgen. De goddelozen hopen niet op het loon van een heilig leven en geloven niet in een ereprijs voor smetteloze zielen, ze verstaan Gods geheimen niet.’